De Tomos 2L/3L Brommer

Het begon in Sežana, Slovenië. De centrale regering onder leiderschap van President Tito peilde dat er behoefte was aan industrieën, waar mensen èn werk konden vinden èn waarvan de producten in eerste instantie door inwoners van Joegoslavië gebruikt konden worden. Het is interessant te vermelden dat het Joegoslavië van Tito een beetje mocht leunen op de Marshall hulp. De Verenigde Naties hadden onder aanvoering van de USA een fonds in het leven geroepen, waaruit de weserse landen na de Tweede Wereldoorlog werden gefinancierd. Hun industrieën moesten weer overeind geholpen worden. En Tito had zijn best wel gedaan door in de oorlog met de geallieerden samen te werken. Daarom werd ook de regering van Joegoslavië geholpen. De keuze van Joegoslavië viel ondermeer op motoren en bromfietsen, want privaat vervoer was nauwelijks aanwezig. En met motoren en brommers kon je een heel eind komen. Let wel dat er in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw nauwelijks sprake was van een goed wegennet. Daar zou pas enkele jaren later veel aandacht aan geschonken worden. Niet voor niets werd meegereden op paard en (landbouw)wagens. In juli 1954 werd de Tovarna Motornih koles Sezana ofwel de Sežana Motorrijwielen Fabriek- opgericht. Het oog was daarbij gevallen op Puch in het dichtbijgelegen Graz in buurland Oostenrijk. Wellicht omdat Johannes Puch, oprichter en eigenaar van die fabriek, een Sloveen van geboorte was. Of omdat Graz dichtbij Koper, aan de andere kant van de grens lag. Wel zo handig voor de toelevering van onderdelen! De eerste Tomos fabrieksdirecteur, Franc Pečar, tekende een licentiecontract met Steyr Daimler Puch AG. Puch bood uitzonderlijk gunstige licentievoorwaarden aan Tomos, omdat ze in Graz toch zo hun twijfels hadden over de mate van succes die Tomos zou hebben….. om over het exporteren van motoren en brommers maar te zwijgen.
Tegen het einde van 1954 stond er in ieder geval een hal overeind. De productie kon beginnen. En tot veler verbazing ontwikkelde Koper zich daarna in sneltreinvaart.  Daar kwam prettig genoeg bij dat de ontwikkeling van Puch bromfietsen ongeveer gelijke tred hield met de ontwikkelingen bij TOMOS.... De assemblage van brommers bij Tomos volgde namelijk in 1955.
Vanaf die tijd gaat het nog harder bij Tomos. Na aanvankelijk alleen de productie te bestemmen voor de binnenlandse afzet, volgt een paar jaar later de behoefte aan inkomsten uit het buitenland. Export van Tomos motoren en brommers naar het buitenland. Zweden en België zijn het eerst aan de beurt. En dan komt Nederland. Niet zomaar even gedaan, want Puch werd in Nederland door R.S.Stokvis en Zonen vertegenwoordigd. En daar zagen ze de komst van “namaak Puch”:  Tomos helemaal niet zitten. Directeur Dick de Waard van het inmiddels opgerichte Tomos Nederland NV gaat stug door en brengt zo de Tomos 2L en de 3L naar Nederland. Qua prijs liggen ze iets onder het niveau van Puch. Het blijkt dat veel potentiële rijders gevoelig zijn voor dit prijsniveau!
Van de Tomos 2L, de 3L en de latere 4L zijn  vele duizenden aantallen verkocht. Naast de Puch VS50 en MV50 zijn de 2L, 3L en 4L graag gewilde brommers. Tot op de dag van vandaag!

 

Uit: Cor van Breukelen, `Tomos, het boek -de film", november 2007, Target Press Moordrecht.